Zijn de mensen aan de Middellandse zee vrienden of vreemden?

19-06-2015

Dertiende Moenenlezing – Nijmegen, 16 juni 2015

 

ZIJN DE MEDEMENSEN AAN DE MIDDELLANDSE ZEE VRIENDEN OF VREEMDEN?

                                                                                                                                                             Ad Melkert

1. De binnenstad van Nijmegen en de figuur van Moenen trekken ons onweerstaanbaar naar het verleden om onze angsten in het heden en verwachtingen voor de toekomst beter te begrijpen.

Hier op het marktplein in die tijd waren er natuurlijk de wagenspelen. Ongetwijfeld ging het vaak om een klucht. Ik kan me dat levendig voorstellen omdat ik zelf als scholier ooit op het mooie marktplein in Gouda bovenop een boerenwagen in een bescheiden rol heb mogen schitteren als Keesje in de “Klucht van de Koe” van Bredero. En het publiek maar lachen in leedvermaak om een slimme dief en een domme boer die onverhoeds zijn enige koe gestolen zag.

Een ander type voorstelling was de “moraliteit”, vandaag de dag omschreven als een “laatmiddeleeuws didactisch toneelstuk, vaak met een vraagstuk van morele of zedelijke aard tot onderwerp”.  Het zou me niet verbazen dat toen al de klucht meer publiek trok dan de moraliteit. Ik moet u echter teleurstellen als u vanavond voor het eerste bent gekomen. Ik garandeer u: er valt vanavond niets te lachen, het wordt zware kost, dat had u toch ook wel van mij verwacht?

Maar, wacht even. Wordt het dan vanavond een ouderwetse zedenpreek? Want dat is wat het moralisme doet: het beoordelen van elk gebeuren en alle motieven uit het oogpunt van goed en kwaad, zegt Van Dale. Ik wil u niet onderschatten, maar allicht brengt dat het risico met zich mee van wegglippende aandacht want de wereld is een te ingewikkelde plaats om alleen op morele koers te varen.

Ik wil daarom een pleidooi houden om de keuze voor het goede te verbinden met ons eigen belang, met het “verlichte eigenbelang” in dienst van toekomstige generaties dat verder reikt dan het platte belang van vandaag. Maar dan wel van ons vraagt vandaag uit onze schulp te kruipen en niet alleen te bidden maar ook daadwerkelijke actie te ondernemen om de duivel uit te drijven die bezig is de fundamenten van Europa te ondermijnen. Fundamenten van solidariteit en samen sterker in een gemeenschap van waarden, de basis waarop de Europese Unie rust.

2. De realiteit van de laatste tijd is anders. In Europa gaapt een kloof die steeds dieper gaat tussen noord en zuid en nog zuidelijker. Als we dat op zijn beloop laten of ons zelfs aangorden om de grenzen scherper te trekken en de hekken hoger te maken dan zal de waardengemeenschap wijken onder de druk van onrecht, ongelijkheid en anarchie die we op dit moment in en rond de Middellandse Zee zien.

Er is een foto van geruime tijd geleden die ik zo voor me zie. Een foto van een vrijend stel op het strand van Zuid-Spanje met op de achtergrond de lichamen van twee aangespoelde drenkelingen. Ik kon de foto niet vinden op internet in de massa van beelden die de afgelopen tijd het drama van de strijd aan onze grenzen hebben vastgelegd. Maar iedereen weet dat dit geen verzonnen beeld is. Het is het negatief van de foto’s die wij graag mee terugnemen uit het het Middellandse Zee gebied, onze vakantiebestemming nummer één. Zon, zee, cucina, cocina, cuisine; olijven en grand cru; tweede huis en overwintering; topvoetbal; en afzetmarkt voor Nederlandse producten en diensten. Wij houden van de Méditerranée.

Tegen het progressieve decor dat Nijmegen pleegt te bieden is het goed ook nog eens stil te staan bij de strijd voor democratie in door dictators geleide landen. Italië voor en tijdens de tweede wereldoorlog. Spanje, Portugal en Griekenland tot in het midden van de jaren 1970. We herinneren ons toch nog wel de verontwaardiging, de demonstraties en de steun ook vanuit progressief Nederland voor de democratisering en voor de integratie daarna in de Europese  Unie – met enorme vooruitgang voor tientallen miljoenen koopkrachtige burgers en de daarmee corresponderende noordelijke export- en investeringsbelangen.

Zijn het oude koeien die hier uit de sloot worden gehaald? Dat lijkt me niet voor wie de politieke radicalisering ter rechter- en ter linkerzijde waarneemt die vooral in Griekenland en Spanje een tegenbeweging heeft voortgebracht die begrijpelijk in opstand is gekomen tegen de eenzijdige en kortzichtige economische receptuur die het noorden zoete vruchten van herstel brengt en het zuiden met de wrange vruchten van sociale uitsluiting laat zitten.

Laten we onszelf eens voorstellen wat het zou zijn als meer dan de helft van de jongeren geen behoorlijke baan kan vinden. Wat het is voor gewone mensen om hun pensioen als zand tussen de vingers te zien wegvloeien. Terug te vallen in armoede die van een voorbije generatie leek.

Ja, ik weet het. Er is sprake van jarenlang wanbeheer door achtereenvolgende Griekse regeringen. En de banken in Spanje hebben meegewerkt aan een luchtbel economie die op een kwade dag wel uit elkaar moest spatten. Pensioenen in het zuiden komen te vaak te vroeg tot uitkering. En arbeidsmarktregels plegen de insiders te beschermen tegen de outsiders. In al deze punten schuilt een kern van waarheid. Maar, zoals de Amerikanen zeggen, it doesn’t add up.

In de VS is er serieuze bezorgdheid over de Europese “chicken race” (James Dean: “Rebel without a cause”: the first who jumps is a chicken) die het conflict met Griekenland tot aan de rand van het ravijn wil uitvechten. In de schaduw van de Bundesbank orthodoxie van vóór de Duitse eenwording (d.w.z. vóór de massale overdracht van middelen van West- naar Oost-Duitsland) en de vorming van de Economisch en Monetaire Unie (die per implicatie onvermijdelijk eenzelfde uitruil van eenwording en solidariteitsbijdragen met zich zou brengen) worden de Grieken – in veler ogen – op hun plaats gezet. Met de rug tegen de muur.

Maar voor wie of wat eigenlijk? Om de Griekse economie te redden, die in de binnenzak van de het noordelijk centrum past? Om de Grieken te straffen voor wanbeleid? Maar degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn hebben hun bezit al ruimschoots in veilige havens gebracht. Om de radicalen van Syriza de wind uit de zeilen te nemen? Zodat het ancien regime terugkomt dat nu juist aan de bron van het probleem stond.

Zijn we ons voldoende bewust van de feiten? Sinds de eerste steunregeling voor de Grieken in 2010 zijn de publieke uitgaven daar gekort met bijna € 30 mld op een totale economie van rond de € 180 mld. De verhalen over stilliggende publieke werken en dramatische kortingen in de gezondheidszorg zijn legio. Op het budget voor de Universiteit van Athene is een kwart bezuinigd – niet echt een investering in het intellect van de toekomst.

Het arbeidsmarktdrama is adembenemend. In mei 2008 stond de werkloosheid in Griekenland op 7,3%. In mei 2012 was dat 24%. In april dit jaar 25,4%. Jeugdwerkloosheid 50%. Voor Spanje: in mei 2008 10,4%, mei 2012 24,6%, april dit jaar 22.7%. Jeugdwerkloosheid 50%.

3. Tegen deze achtergrond is het op zijn minst merkwaardig dat er, voor zover ik heb kunnen waarnemen, met uitzondering van de Italiaanse premier Renzi niemand in Europese regeringspartijen, inclusief sociaaldemocraten, is die heeft gedurfd een goed woord te doen ter ondersteuning van of begrip voor de Griekse leider Tsipras.  Iemand die met een zeker respect heeft gesproken over de gevolgen van een authentieke verkiezingsuitslag die de manifestatie van opstand, ja van macht was tegenover een heersende elite na lange jaren van wanbeheer. Iemand die heeft willen bepleiten dat het Europa sterker zou kunnen maken als er een New Deal zou kunnen worden gemaakt om sociale rechtvaardigheid en economische hervorming in Griekenland hand in hand te laten gaan, maar dan in die volgorde en niet andersom – het beproefde maar vaak mislukte recept van macro-economisch standaarddenken in kringen van centrale bankiers en ministers van Financiën binnen IMF, ECB en Ecofin.

Of hangt er een ommekeer in de lucht nu Raadspresident Tusk zo ver ging om te zeggen: “There is a problem with the way the debate is characterized. It is not just about finances. It is also a political and moral debate. And it is not the case that the debtor is always immoral, and the creditor is moral, as some politicians make out.”

Wat we echter de afgelopen maanden hebben gezien is vooral macho spelgedrag van beide kanten die internationale nervositeit doet toenemen en de vraag boven de markt blijft houden die helemaal geen vraag behoort te zijn, nl. over mogelijke terugkeer van Griekenland van de euro naar de drachme. Daarmee schieten we onszelf in de voet, want de euro en de waarde van de euro zijn ook van ons. En belangrijker nog dan haar waarde van vandaag is het interne en externe vertrouwen in die munt en zijn deelnemers op de lange termijn. Dat de onderhandelaars ruimte laten voor speculatie is een testimonium van penny wise pound foolish gedrag dat het gezag van alle betrokken autoriteiten ondermijnt en de aandacht afleidt van de grote economische en politieke vragen waar onze Unie voor staat.

4. Ja, u hoorde het goed, ik zei: “onze Unie”. Niet schrikken. Misschien goed om dat wat vaker te proberen, zoals we zonder aarzelen plegen te spreken over “ons land”. 

“Onze Unie” is meer dan economie. In de preambule van het Verdrag wordt gezegd dat wij, dat wil zeggen alle lidstaten en hun burgers, zijn:

“GEI╠łNSPIREERD door de culturele, religieuze en humanistische tradities van Europa, die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van de universele waarden van de onschendbare en onvervreemdbare rechten van de mens en van vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat;

HERINNEREND aan het historisch belang van de beëindiging van de deling van het Europese continent en de noodzaak solide grondslagen voor de opbouw van het toekomstige Europa te leggen,

VERLANGEND de solidariteit tussen hun volkeren te verdiepen met inachtneming van hun geschiede­nis, cultuur en tradities.”

…en dat (in Artikel 2):

“De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidari­teit en gelijkheid van vrouwen en mannen.”

 

Alle regeringen en parlementen in de lidstaten hebben hier uit en te na over onderhandeld en uiteindelijk hun handtekening onder gezet en instemming verleend.

Maar u hoort het knarsen. Laat ik het zo zeggen: uit de verslagen van de talloze besprekingen in vergaderingen in Brussel en elders krijg ik niet de indruk dat deze tekst als een soort “pledge of allegiance”, zoals in de VS aan het begin van iedere schooldag op iedere school, wordt gereciteerd.

 

Maar, het zij herhaald, onze Unie is meer dan economie.

 

5.

Dat brengt me tot dat andere bedrijf in de voortgaande Europees-Griekse tragedie, gesymboliseerd in het aantal van rond de 40.000 vluchtelingen die in de loop van dit jaar zijn aangespoeld of gewoon aangekomen op de Griekse eilanden naast vele duizenden anderen, met name ook in Italië. Het heeft premier Renzi er begrijpelijk toe gebracht de vrienden in het noorden onder druk te zetten om niet alleen van de lusten van een grote markt te profiteren maar ook te delen in de lasten van de magnetische aantrekkingskracht die rijkdom en vrijheid uitoefenen op de ondernemende voorhoede van de armoede.

Het lijkt erop alsof de duivel met ons speelt, een wig drijft, als het gaat om onze verhouding met de Méditerranée. Aan de ene kant op naar het zuiden: naar de zonnebrand, naaktstranden en drankgelagen. Niet zelden op of over de rand van het betamelijke. Aan de andere kant snel weer terug naar het noorden: hun nadeel het hunne; ons voordeel het onze latend, hand op de knip, Calvijn en Luther tegenover Rome en Mekka.

Dit lijkt me niet de weg naar de krachtige, sociale Europese Unie die de generaties na ons welvaart, zekerheid en stabiliteit moet bieden in een wereld die allerminst garanties biedt dat de naoorlogse levensstandaard en de ecologische voorwaarden voor de kwaliteit van het leven letterlijk en figuurlijk van duurzame aard zullen zijn. Een Unie die intern haar zaken niet op orde heeft – of niet in staat is solidair te zijn in het aanpakken van problemen en het overbruggen van tegenstellingen – zal extern geen vuist kunnen maken, economisch onder druk staan, militair onvoorbereid blijken en sociaal kwetsbaar zijn.

Vorige maand heb ik als lid van een politiek bont gezelschap mijn handtekening gezet onder een oproep tot versterking van de Nederlandse defensie inspanning waarvan velen het de afgelopen 40 jaar meestal oneens waren over de weg waarlangs ons land en volk het beste zijn belangen in de wereld kon behartigen. De betekenis van de crisis in de relatie met Rusland tegen de achtergrond van de economische en militaire expansiedrift van China dringt zich echter meer en meer op en stelt andere prioriteiten of voorkeuren in de schaduw. Terwijl vorig jaar rond de Europese Verkiezingen kandidaten tegen elkaar opboden in het terugdringen van de Brusselse Leviathan en er nu driftig wordt vergaderd over deregulering, terug naar de knusse overzichtelijkheid en veronderstelde transparantie van de nationale staat, blijkt deze meer dan ooit incapabel om zonder gemeenschappelijke organisatie de uitdaging uit het Verre Oosten, de dreiging uit het Europese Oosten, de chaos in het Midden-Oosten en de crisis aan onze zuidgrenzen het hoofd te bieden, zelfs indien de nationale staat Duitsland, Frankrijk of het niet zo Verenigde Koninkrijk heet.

Met andere woorden: de tijd is alweer voorbij dat het over minder Unie mocht gaan; er is geen tijd te verliezen om het over een sterkere Unie van binnen en daarmee een krachtiger Unie naar buiten te hebben.

En in het hart van die opdracht ligt de Middellandse Zee, toegespitst op de vraagstukken van migratie en op die van de economische, sociale en culturele integratie.  

6.

Was het overdreven in de aankondiging voor deze lezing te spreken over “Medemensen aan de Middellandse Zee” alsof dat niet vanzelf zou spreken? Dat laatste is helaas twijfelachtig – niet omdat u of ik hier rondom dit thema verzameld beter zouden weten of zijn – maar omdat we collectief niet opgewassen blijken tegen de migratiedruk vanuit ons omringende conflicthaarden en armoedecentra.

Het was Italië dat het initiatief nam om tienduizenden mensen te beschermen tegen de gevaren van de illegale overtochten onder de mantel van de “Mare Nostrum” operatie à raison van ruim € 12 mln per maand. De poging om dit tot een gezamenlijke EU operatie te maken brak met slechts een kwart van dat oorspronkelijke bedrag beschikbaar de nek. Deze minder dan halfhartige beweging van de noordelijke EU lidstaten betekende in feite dat we onze rug keerden naar de problemen van anderen. En dat nota bene na niet geringe bijdragen vanuit het centrum van de Europese Unie aan de destabilisatie van Irak, Syrië en Libië – inmiddels hoofdbronnen van menselijke ellende die helaas ook letterlijk over onze grenzen heen spoelt.

De naam “Mare Nostrum”, Onze Zee (inderdaad, van “onze Unie”), was een prachtige vlag over de lading van verantwoordelijkheid in solidariteit die daaronder had moeten liggen. Inmiddels weten we bij benadering wat de ontijdige ontmanteling van dat initiatief voor criminelen heeft opgeleverd en aan slachtoffers heeft gekost. De recente voorstellen van de Europese Commissie om opvang van vluchtelingen solidair te spreiden betekent een cruciale stap voorwaarts naar één Europees asielbeleid. Het verzet van teveel lidstaten, met Nederland weliswaar aarzelend aan de verstandige kant van de scheidslijn, geeft aan dat we er nog lang niet zijn. Maar het is onvermijdelijk dat de Unie van markt, munt en morele waarden gezamenlijk bepaalt hoe te handelen ten opzichte van buren in nood. Want zoals de Grieken onze broeders en zusters zijn, zijn Syriërs of Noord Afrikanen onze buren. Daarover wordt nu terecht opgemerkt dat meer hulp voor economische ontwikkeling daar van het grootste belang is om op termijn de druk van migratie te doen afnemen. Helaas was dat even vergeten toen in het regeerakkoord werd besloten de Nederlandse internationale hulpinspanning terug te brengen tot ver onder de VN norm die sinds jaar en dag was gerespecteerd en waaraan Nederland internationaal gezag ontleende. Ik ben benieuwd of in de komende begroting de weg omhoog naar minstens 0.7% van het bbp weer zal worden ingeslagen.

7.

Hoe belangrijk de nu door de Commissie aangezwengelde koerswending ook is, het zal niet voldoende zijn het hierbij te laten, want migratie dekt veel meer dan alleen noodsituaties.

Ik zou ervoor willen pleiten de gemeenschappelijke normering van het toelatingsbeleid voor asielzoekers uit te breiden tot het migratiebeleid in meer algemene zin. Daarvoor zijn tenminste drie goede redenen.

Ten eerste weten we al veel langer dat de belangrijke doorbraak in de jaren vijftig van de vorige eeuw die leidde tot het Vluchtelingenverdrag 1951 en tot de benoeming van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen ook veelvuldig leidde en leidt tot asielaanvragen die onvoldoende grond vinden in de politieke of humanitaire noodsituatie die het fundament is onder het Verdrag. Met eigen ogen kunnen we zien dat economische motieven een steeds zwaardere rol zijn gaan spelen voor mensen op weg naar een beter leven, al dan niet aangespoord door conflictsituaties in de gebieden van oorsprong.

Ten tweede begrijpen we steeds beter hoe de economische, technologische en sociale toekomstperspectieven van veel Europese landen mede zullen worden bepaald door import van hoofden en handen die zullen toevoegen aan dynamiek, creativiteit en concurrentievermogen. Multicultureel kan op korte termijn botsen; op lange termijn is het geheel groter dan de som der delen. Verzorging van ouderen, verhoging en diversificatie van kennis, economisch partnerschap over verre grenzen heen vereisen alle een beter doordacht en gestuurd immigratiebeleid – niet geleid door afkeer of angst, maar door realiteitsbesef en verlicht eigenbelang, mede geleid door de harde demografische gegevens dat binnen de EU, Duitsland en Italië voorop, de komende tien jaar zich zeer substantiële tekorten aan arbeidskrachten zullen voordoen.

En ten derde staat Europa niet geïsoleerd in haar belang bij en worsteling met de toelating van migranten. De explosieve groei van vooral de Latijns-Amerikaanse maar ook uit Aziatische en Afrikaanse landen afkomstige immigratie in de VS en Canada wordt steeds zichtbaarder in zijn gevolgen voor de oorspronkelijke “melting pot” in de Nieuwe Wereld. Het zou er bijvoorbeeld toe kunnen leiden dat de VS in 2026 zomaar tot wereldkampioen voetbal worden gekroond.

Een systematisch, mondiaal beter afgestemd migratiebeleid zou op termijn kunnen leiden tot een internationale kaderregeling waarvoor op steeds meer plaatsen wordt gepleit onder het motto dat het verkeer van kapitaal, goederen en diensten gevangen is in een steeds fijnmaziger net van regelgeving en gespecialiseerde instellingen, terwijl het verkeer van mensen meestal dicht tegen de borst van de nationale soevereiniteit wordt gehouden. Met alle gevolgen van dien die we op dit moment meemaken en die we niet op hun beloop kunnen en mogen laten. En erger nog, die ons kunnen meesleuren in het type moreel verval zoals dit recent pijnlijk tot uitdrukking werd gebracht in de door premier Abbott van Australië niet ontkende betaling van mensensmokkelaars om rechtsomkeert te maken met hun vracht die ook al had betaald. Sommigen zinken fysiek, anderen moreel.

Human capital is a global good. En voor het vinden van rechtvaardige verdeling tussen kosten en opbrengsten, tussen voor- en nadelen, zijn meer en betere spelregels nodig.

 

8.

Voordat ik hier verder ga is het nodig stil te staan bij het “melting pot” fenomeen, want we weten dat daarmee zowel hoop als vrees zijn geassocieerd en dat “kleurrijk” zowel kansen als problemen met zich mee kan brengen. Er zijn twee belangrijke aanknopingspunten om hiermee beter om te gaan.

Voor het eerste punt is het goed in herinnering te roepen dat in de jaren 1990 werd gewaarschuwd dat Amsterdam afstevende op een meerderheid van allochtonen en dat zich een multicultureel drama aan het voltrekken was. En dat die verkeerde voorstellingen van zaken de weg plaveiden voor renationalisatie van het normen en waarden debat en voor tal van discriminerende uitingen en praktijken waarvan veel Nederlandse jongeren met allochtone ouders of grootouders de negatieve gevolgen hebben ervaren of nog steeds ondergaan. Ik moest hieraan denken toen ik vorige week een heldere analyse las van de Amerikaanse socioloog Richard Alba over de “mythe van een witte minderheid” in de VS, waar etnische afkomst meer systematisch pleegt te worden gemeten en een maatschappelijke rol pleegt te spelen.

De kern van zijn betoog lag erin dat in toenemende mate “gemengde” huwelijken en partnerschappen worden gesloten leidend tot geboorten van “gemengde afkomst” – die echter stelselmatig tot de categorieën van “etnische” – d.w.z. “niet blanke” – minderheden worden gerekend. Met als gevolg dat zich in de optelsom van deze minderheden een meerderheid aftekent die in de toekomst de blanken tot minderheid zal bestempelen. Maar dit statistisch zwaar vertekenende fenomeen staat los van wie en wat mensen zich voelen en hoe zij zich manifesteren. En ik voeg er zelf aan toe, ter herhaling van het verwijt dat ik destijds Bolkestein en Scheffer maakte: hoe lang over hoeveel generaties blijft eigenlijk je etnische achtergrond bepalen hoe je in je geboorteland wordt geregistreerd? Hoe relevant is het om Obama of Wereldbank president Jim Kim; burgemeester Aboutaleb, premier Valls of Memphis Depay – wel of niet in eigen land geboren; wel of niet van “gemengde” afkomst – anders te beschouwen dan als Amerikaan, Fransman of Nederlander?

Alba’s conclusie is voorzichtig gesteld: “Our society transformed by immigration and new forms of assimilation hasn’t yet developed the vocabulary to capture the nuanced realities of this evolution”. Het onderkennen van deze nieuwe realiteit is echter van groot belang om de gevolgen van immigratie in al haar dimensies op reële waarde te schatten – zonder de ogen te sluiten voor de korte termijn fricties in landen en samenlevingen.

En dat raakt het tweede punt. Naar mijn verwachting zou een meer systematisch en transparant beleid, open voor publieke discussie met meer argumenten dan de zwart-witte extremen die helaas veel van het debat in de afgelopen jaren hebben bepaald, zou bijdragen aan het voorkomen van zulke fricties. Verduidelijking en een planmatige selectieve openstelling van een legale weg tot toelating tot Nederland – om redenen uiteenlopend van humanitair tot arbeidsmarkt en kennispotentieel – zou ruimte scheppen voor normalisering van de afweging van voors en tegens die op zoveel andere moeilijke onderwerpen van toepassing is. Het migratieprobleem is zo complex als het bestaan van de mensheid, vol van illustraties hoe op korte termijn al dan niet reële verdringingsangst voorafging aan lange termijn integratie en erkenning van toegevoegde waarde van migranten.

Na 1850 trokken decennialang bijna 1,5 mln mensen per jaar – voor het merendeel afkomstig uit Oost- en Zuid-Europa de Atlantische Oceaan over om een nieuw bestaan op te bouwen. Historische analyse leert ons dat emigratie- en immigratiegolven komen en gaan in correlatie met economische en demografische trends aan beide kanten. Langere termijn voorspellingen zijn gebaseerd op factoren die suggereren dat de druk, met name vanuit Afrika op Europa, in de nabije toekomst eerder zal afnemen dan toenemen. Economische groei in veel Afrikaanse landen in combinatie met snel dalende geboortecijfers en technologische veranderingen die de vraag naar goedkope arbeidskrachten beïnvloeden zijn belangrijke variabelen voor de toekomst. Daar staan tegenover de informatie, relatienetwerken en financiële middelen waarover steeds meer mensen beschikken die echt willen migreren en ook werkgevers die al dan niet bonafide gebaat kunnen zijn bij gemotiveerde en niet zelden goed opgeleide arbeidskrachten. Dat maakt duidelijk: migration is here to stay. We kunnen het fenomeen beter recht in de ogen zien dan vanachter oogkleppen proberen te ontwijken.

9.

Wat zijn dus de opties?

Er is zeker geen blauwdruk die het antwoord zou kunnen bieden.

Er zijn wel initiatieven die aan het verkeerde eind beginnen. Neem de “New EU Action Plan against migrant smuggling 2015-2020”. Niet dat de strijd tegen mensensmokkel niet gestreden en veel effectiever gestreden moet worden. Maar zoals het gaat bij andere vormen van criminaliteit: illegale winstgevendheid moet aan de bron worden aangepakt. Indien meerdere Europese landen meer systematisch legale systemen van aanvraag van verblijfsvergunningen zouden introduceren zou de strijd tegen mensensmokkel geloofwaardiger en effectiever kunnen zijn. Het zou bovendien kunnen helpen om oneigenlijk gebruik van het asielmotief terug te dringen, hetgeen van belang is om de effectiviteit van het Vluchtelingenverdrag in stand te houden.

Dat is ook wat ontbreekt in het op zich toe te juichen voorstel van de Europese Commissie om voor de huidige stroom van vluchtelingen/migranten bindende quota overeen te komen tussen de EU lidstaten; begrijpelijk is het een reactie op de excessen van de afgelopen tijd – het is echter onontkoombaar met een meer alomvattende aanpak te komen en daaraan zo veel mogelijk lidstaten zo veel mogelijk te binden om enigszins greep te krijgen op de realiteit van migranten en hun motieven.

Ik zeg “enigszins” omdat ook in traditionele aankomstlanden als de VS, Canada en Australië de problemen aanzienlijk zijn, velen buiten de officiële kanalen hun kans wagen en/of in illegaliteit of het schemerduister daaromheen belanden. Een wat wrange illustratie daarvan bleek onlangs toen een rechtbank in de staat New York na jarenlang procederen een illegale in de VS verblijvende jurist niettemin officieel toestemming gaf een advocatenpraktijk uit te oefenen. Het is een eigenlijk een veeg teken van het falen van de staat om het doorzettende individu tegen te houden zijn rechten op te eisen.

Ook al zullen veel problemen blijven bestaan of zich op andere wijze manifesteren, er zijn  belangrijke redenen voor Europese landen om duidelijker immigratieregels te stellen en de kansen op daadwerkelijke immigratie te verruimen. Ten eerste is het eigen belang beter gediend met een zekere mate van sturing op de “match” tussen vraag en aanbod in de arbeidsmarkt, zowel voor hoger- als lager gekwalificeerde banen. Ten tweede zijn er steeds meer aanwijzingen dat het reële probleem van “braindrain” in de landen van vertrek kan worden omgezet in “brainsharing” en geldelijke overdrachten (“remittances”) die bijdragen aan economische ontwikkeling – indien hiertoe ook gericht beleid wordt gevoerd in en met ontwikkelingslanden. En ten derde kunnen landen met een passend aandeel in toelating van migranten, al dan niet op basis van humanitaire overwegingen, ook met meer gezag een grens trekken wanneer het teveel wordt zonder daarmee de waarden waarop, in ons geval, onze Unie is gebaseerd overboord te zetten.

Tegen deze achtergrond was een voorstel opgenomen in het rapport “De Bakens Verzetten” dat begin dit jaar door het PvdA congres als oriëntatie voor de komende periode is overgenomen. Het is een voorstel dat nog niet veel in beweging heeft gebracht, als ik het goed zie. Als het over migratie gaat is het alsof de duivel ermee speelt. Vandaar mijn dankbaar aangrijpen van de Moenenlezing om het pleidooi te herhalen en, in de context van het Middellandse Zee drama, te versterken.  

De inspiratie voor het voorstel is ontleend aan de instelling, enkele jaren geleden, van de Britse Migration Advisory Committee, waarin deskundigen met verschillende achtergronden gevraagd en ongevraagd de regering van advies dienen over een brede waaier aan aspecten verbonden met immigratie. Zo werd in juli vorig jaar een uitgebreid en lezenswaardig rapport gepresenteerd over “Migrants in low skilled work” met analyses over positieve en negatieve effecten en een aantal beleidsaanbevelingen aan de regering, lokale bestuurders en werkgevers.

In de Nederlandse praktijk zou een dergelijke commissie, wellicht uitgebreid met deelnemers vanuit de kring van sociale partners en gemeenten, goed werk kunnen verrichten door zowel de arbeidsmarkt- als humanitaire dimensies van migratie stelselmatig te volgen en in samenhang te bezien met arbeidsmarktbehoeften, opleidingsvereisten en voorwaarden voor sociale integratie. Procedures voor toelating en verblijf in Nederland op tijdelijke of permanente basis zouden hierop kunnen worden gebaseerd, met periodieke aanpassingen al naar gelang de urgenties aan vraag- en/of aanbodzijde. Hierover zou uiteraard door de regering moeten worden besloten in samenspraak met de Tweede Kamer. Een jaarlijks rapport zou echter de gelegenheid bieden hierover in bredere zin te spreken dan doorgaans het geval is wanneer zich incidenten aandienen. En hoe meer EU lidstaten deze weg zouden opgaan, hoe dichterbij het moment zou kunnen komen dat iets dergelijks ook op Europees niveau op zijn minst gecoördineerd zou gaan worden.

10.

“Europa” wacht echter nog een grotere sociale uitdaging nu zij door een periode van zeven zeer magere jaren zichzelf heeft beroofd van een aanzienlijk deel van haar glans en reputatie. De economische, sociale en morele gevolgen hiervan laten zich niet makkelijk uitwissen, daarvoor is de terugval te groot geweest, het weer overeind krabbelen te langzaam en de polarisatie tussen het noorden en het zuiden te diep. Met kunst- en vliegwerk is inmiddels een gevoel ontstaan en lijken ook de feiten uit te wijzen dat de weg omhoog is hervonden. Of we nu zeven vette jaren tegemoet gaan is echter zeer de vraag.

In de eurozone staan 18 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Meer dan 11% van de beroepsbevolking. Een minieme daling ten opzichte van de piek na de crisis in 2008. In dezelfde periode daalde de werkloosheid in de VS van bijna 10 naar nu vlak bij 5 %. De Amerikanen aarzelden niet om in werk en vertrouwen te investeren – ook door de inzet van publieke middelen waardoor het financieringstekort tijdelijk tot 10% expandeerde om nu weer terug te zijn om en nabij de 3%. Zeker, door de lage drempels tegen ontslag en korte verzekeringsperiodes voor werkloosheid zijn de cycli van afstoten en aantrekken van werknemers korter en heviger dan doorgaans in Europa. Daarentegen zijn in sommige Europese landen de stimuli om de uitkering te verwisselen voor een beter betaalde baan niet zelden ontoereikend of contraproductief en dat moet veranderen.

Maar de politieke passiviteit waarmee, althans tot het aantreden van de Commissie Juncker, de werkloosheid in het zuiden en trouwens ook ons eigen nog altijd te hoge niveau van vooral jeugdwerkloosheid, is tegemoet getreden blijft verbijsterend. Of het 300 miljard investeringsplan van Juncker dat zwaar leunt op het loskloppen van geld uit private middelen de economie in de Unie kan vlot trekken is allerminst gegarandeerd. Er is alweer een jaar verstreken van vernietiging van productief vermogen van gedesillusioneerde jongere of oudere werknemers, zij die niet binnen kunnen komen of er uit zijn gezet. Intussen besteden functionarissen in Brussels een ongehoord deel van hun tijd aan de Griekse problemen, die slechts een beperkt deel van de werkelijke uitdaging representeren.

11.

Gelukkig is het woord “ironie”, net als de naam “Europa” trouwens, ontleend aan de rijke Griekse taaltraditie.

Zo is het goed te vermelden dat de recente winnaar van een online competitie voor het ontwerp van een nieuwe van de Euro munt met 30% van de stemmen werd gekozen en niemand minder bleek te zijn dan Georgios Stamatopoulos van de Centrale Bank in Athene.

Ook is terecht opgemerkt dat het langer duren van onderhandelingen in combinatie met door de ECB verstrekte noodleningen de deur open laat voor vermogende Grieken om ongebreideld door te gaan met kapitaalvlucht naar andere landen – zodat zij in ieder geval geen last hebben van verdere ingrepen – en in feite de rekening van de onvermijdelijke sanering alleen maar oploopt.

En ironisch vind ik ook dat landen, onszelf niet uitgezonderd, die er decennia over hebben gedaan of nog steeds bezig zijn hun pensioenlasten terug te dringen, weliswaar terecht van de Grieken vragen hun stelsel aan te passen – maar in de onrealistische verwachting dat dat kan gebeuren in een tijd van torenhoge werkloosheid. Dat brachten we destijds zelf ook niet op, integendeel.

En dan hebben we, in het kader van de noord-zuid ironie, ook nog een “Goede Italiaan” in Mario Draghi, die een cruciale rol heeft gespeeld en speelt in het bij elkaar houden van de boel – effectiever dan waartoe de ministers van Financiën van de eurozone in staat zijn gebleken. Met zijn Amerikaanse achtergrond is hij erin geslaagd een meerderheid te mobiliseren die geleidelijk aan de ECB meer in lijn brengt met centrale banken van andere grote spelers zoals de VS, China, Brazilië en India; dat wil zeggen meer in overeenstemming brengt met de praktijk dat monetair beleid bredere doelstellingen dan uitsluitend prijsstabiliteit dient, in het bijzonder economische groei en werkgelegenheid.

De grootste en laatste ironie ligt misschien wel in de loop van deze week in het verschiet. Het spel rond Griekenland lijkt in Brussels inmiddels op de wagen te zijn gezet – we zijn terug bij Moenen.

“Geldschieters zullen meer schuldverlichting moeten geven” heeft dit weekend Olivier Blanchard, de chief economist van het IMF geschreven – niet zonder medeweten van IMF chef Lagarde uiteraard en, mogen we veilig aannemen, niet zonder open lijn met Parijs.

Dat kunnen de Duitsers en Nederlanders en anderen dus in hun zak steken, dat wil zeggen het is een signaal dat er wel eens enkele zakken zouden moeten worden geleegd.

Is dat onoverkomelijk? Wèl als je altijd hebt gezegd dat het niet kan, mag en zal gebeuren. Niet per se als je beseft dat talloze ontwikkelingslanden buiten de EU door middel van schuldkwijtschelding op duidelijke voorwaarden in de afgelopen twintig jaar behoorlijk zijn geholpen om uit het dal te klimmen om meer te kunnen investeren in kennis, sociale ontwikkeling en infrastructuur. En minder onoverkomelijk indien “the bigger picture” voorop wordt gesteld. En deze gaat het niet over Griekenland, het gaat over het grotere geheel, over onze verhouding tot de Middellandse Zee, haar bewoners en haar bezoekers.

12.

Met het oog op deze “bigger picture” wil ik graag de volgende conclusies aan u voorleggen:

1)      Laten we de Middellandse Zee niet alleen waarderen bij zon, maar ook bij regen.

2)      In het Midden-Oosten en Noord-Afrika wonen medemensen, ja zelfs onze buren, waarop overeenkomstige rechten en plichten van nabuurschap van toepassing behoren te zijn.

3)      De Europese Unie is één ondeelbaar geheel in goede en slechte tijden.

4)      Aanvaarding door Nederland van een Europese verdeelsleutel voor de opvang van vluchtelingen is belangrijk indien begrepen als een eerste stap naar een meer geordend migratiebeleid, zo mogelijk in Europa – in ieder geval in eigen land.

5)      Zoals banken blijkbaar kunnen worden geholpen bij het saneren van slechte schulden, zo kunnen ook landen onder bijzondere omstandigheden aanspraak maken op schuldhulpverlening onder nadere voorwaarden.

6)      De werkloosheid in de EU remt de economische productiviteit en bedreigt de sociale stabiliteit; daarom dienen de stabiliteit- en groeiregels in de EU te worden aangevuld met een conjunctuurinstrumentarium en het mandaat van de ECB te worden aangevuld met de doelstelling maximale werkgelegenheid te helpen creëren.

Ik rond af.

Het zijn moeilijke tijden om als Europeanen het pad van vooruitgang te hervinden en dat pad dan ook in gesloten gelederen verder op te gaan.

De wereld kijkt naar ons als mededragers van de internationale rechtsorde en de waardengemeenschap die in de preambule van de Europese Unie is vastgelegd.

De Europese Unie kan geen vrijblijvende receptieruimte zijn waarin ieder meepikt wat van zijn gading is om vervolgens geen verantwoordelijkheid te willen dragen voor minder welgevallige zaken. Ik ben het dan ook van harte eens met de liberale fractieleider in het Europees Parlement en oud-premier van België, Guy Verhofstadt, dat als het tot Verdragswijziging komt als gevolg van de Britse inzet daartoe, deze ook zou moeten leiden tot afschaffing van allerlei uitzonderingsbepalingen – althans voor de landen die volledig lid in plaats van partner willen zijn.

Daartoe behoort ook in Nederland het besef en de acceptatie dat de kracht van de Unie niet in de eerste plaats ligt in de verbinding met Duitsland, want die hadden we al in de tijd dat de gulden getrouw zich in het kielzog van de mark liet meetrekken. De Europese Gemeenschap kwam voort uit de Frans-Duitse verzoening, de inspiratie van de Benelux en de deelname van democratisch Italië. Daarna kwamen de uitbreidingen naar het westen, noorden, zuiden en uiteindelijk oosten die vandaag de Unie van 28 landen vormen. Vrienden in plaats van vreemden voor onbepaalde tijd. Het eerst onverenigbare ondeelbaar verenigd. Wie daaraan tornt zal het lot van Sisyphus ondergaan die in de Griekse mythologie voor zijn onbetrouwbaar gedrag werd bestraft met het naar boven moeten duwen van een steen die steeds weer terugrolt.

Wie daarentegen nu opstaat om het gezond verstand de voorrang te geven boven de tijdelijke emotie, die zal in staat zijn de duivel uit te drijven uit de Middellandse Zee die Noord- en Zuid-Europa tegen elkaar wilde uitspelen – Moenen’s lot vergetend in de Moraliteit waarin uiteindelijk in Nijmegen de deugd zegevierde, zoals ook in Brussel mogelijk en nodig.

Reacties

Reacties van 1 tot 2:

Fred Wildeman schreef op 03-07-2015, 15:21:
Ik wil Ad Melkert feliciteren met dit indrukwekkend en helder betoog, waarin
ik me helemaal kan vinden.

Kan de inhoud niet ruimer worden verspreid door opname in de dagbladen ?


Paul Meijer schreef op 03-07-2015, 14:25:
Wat ik wel opvallend in het Griekse verhaal vind, is dat het niet erg duidelijk wordt waar het nu om gaat... Erg globaal dus. Gelijktrekking pensioenen, reders die niet betalen, het gaat niet over oorzaken. Dat zou beter zijn, zodat mensen begrijpen waar het nou precies over gaat...



Typ hier jouw bericht:


Naam*
E-mailadres*
Je bericht*
Velden met een * zijn verplicht!
Captcha